De heilige nachten
- Wendy Van de Laar
- 23 dec 2025
- 5 minuten om te lezen
Leven in de tijd tussen de tijd
Er is een periode in het jaar waarin alles vertraagt. Het licht staat laag, de dagen zijn kort en de nachten lang. De wereld lijkt stiller te worden. In veel oude culturen werd deze tijd herkend en bewust geleefd. Wij kennen haar als de heilige nachten, ook wel de rooknachten genoemd.

Deze nachten vormen een overgang. Het oude jaar is nog voelbaar aanwezig en het nieuwe jaar heeft zich nog niet laten zien. Tijd voelt minder strak. Er ontstaat ruimte om te voelen, te dromen en te luisteren.
De oorsprong van de heilige nachten
Lang voordat 25 december werd vastgelegd als geboortedag van Christus, vierden mensen rond de winterzonnewende al de terugkeer van het licht. De zon had haar laagste punt bereikt en begon langzaam weer te stijgen. Dat moment werd ervaren als kwetsbaar en hoopvol tegelijk.
Vroeger rekende men met maanmaanden van 29,5 dagen. Daardoor ontstond aan het einde van het jaar een verschil met het zonnejaar van 365 dagen. Die extra dagen en nachten pasten nergens in. Ze kregen geen datum en hoorden niet bij het gewone ritme. Deze periode werd ervaren als tijd tussen de tijd.
Het leven kwam tot rust. Werk werd neergelegd. Men wachtte tot het zonnerad weer voelbaar begon te draaien.
Verschillende namen, dezelfde laag
De benamingen verschillen per cultuur. In Duitstalige gebieden spreekt men van RauhnƤchte. In het Nederlands van rooknachten. In Scandinavische tradities horen ze bij Yuletide. In christelijke context worden ze de twaalf of dertien heilige nachten genoemd.
De naam rooknachten verwijst naar een oud gebruik. Huizen en erven werden berookt met kruiden en harsen. De rook markeerde een overgang. Het oude jaar werd afgerond en het nieuwe jaar kreeg ruimte om te ontstaan. Wierook werd gezien als heilige rook. Licht dat zich zichtbaar maakt in geur en beweging.
Wanneer beginnen de heilige nachten
Er bestaat geen vaste startdatum. Dat past bij het karakter van deze periode.
Sommige tradities beginnen rond de winterzonnewende. Andere starten op kerstavond. In christelijke telling loopt de periode vaak van de kerstnacht tot Driekoningen op 6 januari. In Scandinavische gebieden begint men soms later.
Het beginmoment wordt voelbaar wanneer de aandacht naar binnen keert en het tempo zakt.
Dagkant en nachtkant
Ieder mens leeft met een dagkant en een nachtkant. Overdag richten we ons naar buiten. We doen, spreken en reageren. In de nacht beweegt de aandacht naar binnen. Gedachten, gevoelens en dromen krijgen ruimte.
Antroposofisch gezien is deze nachtkant verbonden met het Ik. Dat is jouw persoonlijke, geestelijke kern. In de slaap komt het Ik los van het fysieke lichaam en keert terug naar de bron. Het lichaam rust en herstelt. De ziel verwerkt en vernieuwt zich.
Elke nacht maakt deze beweging mogelijk. De heilige nachten vergroten deze beweging uit over meerdere dagen. Wat normaal in ƩƩn nacht gebeurt, krijgt hier tijd.
Dromen in deze periode
In de donkere tijd van het jaar voelt de grens tussen de zichtbare wereld en de innerlijke wereld dun. Dromen worden levendiger en blijven makkelijker hangen. Ze dragen beelden die iets laten zien over wat is geweest en over wat wil groeien.
In oude verhalen en liederen werd deze droomwereld serieus genomen. Dromen werden gezien als boodschappers van de ziel. Ze vroegen aandacht en aanwezigheid.
Het ritme dat ik leef
In mijn eigen praktijk werk ik met een vast ritme dat ik inmiddels vijf jaar volg. Dit ritme geeft bedding en rust.
De eerste nacht is voor mij de moedernacht. In deze nacht sluit ik het afgelopen jaar af en open ik het nieuwe jaar. Ik kijk terug naar wat wezenlijk was. Ik voel wat afgerond is en wat nog aandacht vraagt. Daarna richt ik mijn aandacht op het jaar dat voor me ligt. Wat mag meegaan en wat mag rusten. In deze nacht trek ik ƩƩn kaart als thema voor het nieuwe jaar. Deze kaart staat voor de onderstroom die het hele jaar meekleurt.
Na de moedernacht volgen twaalf nachten. Elke nacht staat voor ƩƩn maand van het nieuwe jaar. Deze nachten vormen samen een bedding waarin iets zich kan laten zien. Ik schrijf mijn dromen op direct na het wakker worden. Soms zijn dat duidelijke beelden. Soms zijn het losse flarden of alleen een gevoel. Alles krijgt een plek.
Overdag leef ik mijn gewone leven. In de avond vertraag ik bewust.
Daarnaast trek ik iedere avond een kaart die bij die maand hoort. Deze kaart fungeert als thema voor die maand.
Doorwerking in het jaar
Het werk eindigt niet na Driekoningen. Aan het einde van elke maand kijk ik terug. Ik lees wat ik tijdens de heilige nachten heb opgeschreven en leg dat naast wat ik die maand heb ervaren. Die terugblik brengt vaak herkenning. Themaās blijken zich op hun eigen manier te hebben laten zien.
Aandacht maakt patronen zichtbaar. Wat gezien wordt, krijgt ruimte om te bewegen.
De nachten geven richting zonder te sturen. Ze openen een gesprek tussen toen en nu. Tussen wat zich in stilte liet zien en wat het leven daadwerkelijk vroeg.

Kaarsmeditatie voor de heilige nachten
Voor de heilige nachten gebruik ik ƩƩn vaste kaars. Deze kaars brandt alleen in deze periode. Na Driekoningen berg ik haar weer op tot het volgende jaar. Wanneer de kaars op is, steek ik de nieuwe kaars aan met de oude. Zo blijft de vlam verbonden met wat eerder was.
Ga in de avond rustig zitten op een plek waar je niet gestoord wordt. Zet je telefoon uit. Plaats de kaars voor je en steek haar aan. Ga rechtop zitten met beide voeten op de grond. Laat je handen ontspannen in je schoot rusten.
Richt je aandacht op de vlam. Kijk zacht. Je ogen mogen ontspannen. Merk hoe het licht beweegt. Je adem wordt vanzelf rustiger. Je hoeft niets te veranderen.
Laat de dag langzaam naar de achtergrond verdwijnen. Gedachten mogen komen en gaan. Je volgt ze niet. Je aandacht blijft bij het licht van de kaars.
Wanneer je merkt dat je rustiger bent geworden, sluit je even je ogen. Breng je aandacht naar binnen. Voel hoe je hier zit. In deze avond. In deze tijd tussen de tijd.
Open daarna rustig je ogen. Kijk nog ƩƩn keer naar de vlam. Vanuit deze stilte trek je je kaart voor de avond of voor de maand.
Doof de kaars bewust wanneer je klaar bent. De rust die is ontstaan neem je mee de nacht in. Dat is genoeg.
Tot slot
De heilige nachten vragen vertraging. Ze openen een ruimte waarin het leven zichzelf kan ordenen. Deze periode herinnert aan een natuurlijke beweging. Naar binnen keren, verwerken, voorbereiden en opnieuw verschijnen.
Wie deze nachten bewust leeft, ervaart het jaar met meer samenhang. Niet omdat alles vastligt, maar omdat er geluisterd wordt naar wat zich wil ontvouwen.
Stilte geeft richting. Dat is wat deze nachten ieder jaar opnieuw laten zien.




Opmerkingen